Palliatieve zorg: acute en aanvullende zorg in de maand voorafgaand aan overlijden

41,9 procent

van de mensen met aandoeningen relevant voor palliatieve zorg ontvangt ambulancezorg in de maand voorafgaand aan overlijden
 

Verslagjaar: 2018
Bron: Monitor Palliatieve Zorg, NZa

Body (titel niet zichtbaar)

Dit kerncijfer betreft het percentage van de mensen met een aandoening relevant voor palliatieve zorg, dat in de maand voorafgaand aan overlijden een ambulancerit heeft. In de uitwerking hieronder staan ook andere vormen van acute en aanvullende zorg in de maand voorafgaand aan overlijden van mensen met een aandoening relevant voor palliatieve zorg. Aandoeningen die relevant zijn voor palliatieve zorg zijn aandoeningen waarvan bekend is dat deze een chronisch en progressief verloop hebben en waarbij overlijden verwacht wordt, zoals kanker en dementie. Acute zorg zoals ambulancezorg - en ook aanvullende zorg - is vaak belastend voor de patiënt, omdat deze zorg veel onrust met zich meebrengt. Acute en aanvullende zorg in de maand voorafgaand aan overlijden is een kwaliteitsindicator voor palliatieve zorg. Palliatieve zorg is zorg die gericht is op het voorkomen en verlichten van lijden, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van problemen.

Naar soort zorg

Sla de grafiek Acute en aanvullende zorg in maand voor overlijden aan aandoeningen relevant voor palliatieve zorg over en ga naar de datatabel

Wlz = Wet langdurige zorg, Zvw = Zorgverzekeringswet
* In avond-, nacht- en weekenduren
** Bezoek spoedeisende hulp gevolgd door klinische opname

Bron 
Monitor Palliatieve Zorg, NZa
Verslagjaar 
2018
Laatste update gegevens 
16 januari 2023
Updatefrequentie 
Een maal per drie jaar
Meer info
Monitor Palliatieve Zorg van de NZa

Mensen met aandoeningen relevant voor palliatieve zorg zijn personen met een verwacht overlijden, gedefinieerd volgens Etkind et al. 2017Etkind, Bone, Gomes, Lovell, Evans, Higginson, Murtagh, How many people will need palliative care in 2040? (2017). Het gaat om mensen met kanker, orgaanfalen (luchtwegen, hart, nier, lever), dementie en 'overige aandoeningen' (CVA, hiv/aids en neurodegeneratieve aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson) van wie het overlijden verwacht is. Om inzicht te krijgen in verschillen in het gebruik van acute en aanvullende zorg in de laatste maand van het leven, wordt onderscheid gemaakt  tussen patiënten die wel langdurige zorg (in het kader van de Wlz) en geen langdurige zorg (alleen Zvw-zorg) ontvingen.