Hielprikscreening: opgespoorde aandoeningen

98,9
procent
van de pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening wordt opgespoord via de hielprikscreening
Verslagjaar
2017
Bron
TNO, Evaluatie van de neonatale hielprikscreening

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen met een zeldzame ernstige aandoening waarop gescreend wordt en dat met deze neonatale hielprikscreening is opgespoord (programma sensitiviteit). De neonatale hielprikscreening bestaat uit het afnemen van bloed bij de pasgeborenen. Dit bloed wordt in het laboratorium onderzocht op zeldzame ernstige aandoeningen. In 2017 waren dit 19 aandoeningen. Door vroege opsporing kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind worden voorkomen of beperkt.

U vindt dit kerncijfer in

Verantwoording

Cijfers komen uit de monitor neonatale hielprikscreening. TNO voert deze monitor uit in opdracht van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM (RIVM/CvB).

Dit kerncijfer is onderdeel van een bredere set van prestatie-indicatoren voor de gezondheidszorg. Iedere indicator is getoetst op onder andere validiteit, betrouwbaarheid en relevantie, zowel door deskundigen binnen het RIVM als door andere vakinhoudelijke experts. Veel indicatoren zijn internationaal breed geaccepteerd en worden tevens in veel andere landen gerapporteerd. Verantwoording van de cijfers is te vinden bij Prestatie-indicatoren gezondheidszorg op VZinfo.nl.

Bronnen

  • Evaluatie van de neonatale hielprikscreening (TNO)