Depressieve stoornissen: prevalentie

5,2
procent
van de personen van 18 tot 65 jaar heeft een depressieve stoornis gehad
Verslagperiode
2007/2009
Bron
NEMESIS-2, Trimbos-instituut

Dit kerncijfer betreft het percentage personen van 18 tot 65 jaar dat in de afgelopen 12 maanden voldeed aan de DSM criteria van een depressieve stoornis. Om een goed beeld te krijgen van de psychische gezondheid van de algemene bevolking zijn cijfers uit bevolkingsonderzoek cruciaal; vooral als het gaat om aandoeningen waarvoor mensen niet direct professionele hulp inroepen. In het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 is een diagnostisch instrument gebruikt voor de bepaling van psychische aandoeningen.

  • Naar geslacht
  • Naar leeftijd
  • Naar opleidingsniveau

Depressieve stoornissen

18 tot 65 jaar
Geslacht2007/2009 | %
Mannen4,1
Vrouwen6,3
Bron

Nemesis-2, Trimbos-instituut

Verslagperiode
2007/2009
Laatste update gegevens
10 september 2019
Updatefrequentie
Onregelmatig

Depressieve stoornissen

18 tot 65 jaar
Leeftijd2007/2009 | %
18 tot 25 jaar6,7
25 tot 35 jaar5,4
35 tot 45 jaar4,7
45 tot 55 jaar5,7
55 tot 65 jaar4,1
Bron

Nemesis-2, Trimbos-instituut

Verslagperiode
2007/2009
Laatste update gegevens
10 september 2019
Updatefrequentie
Onregelmatig

Depressieve stoornissen

18 tot 65 jaar
Onderwijsniveau2007/2009 | %
lager onderwijs7,6
lbo, mavo6,8
mbo, havo, vwo4,7
hbo, wo4,0
Bron

Nemesis-2, Trimbos-instituut

Verslagperiode
2007/2009
Laatste update gegevens
10 september 2019
Updatefrequentie
Onregelmatig

Verantwoording

De cijfers zijn gebaseerd op de eerste meting van NEMESIS-2. Jaarprevalenties gebaseerd op de vervolgmetingen 2 (2010-2012), 3 (2013-2015) en 4 (2016-2018) worden niet gebruikt voor de bepaling van dit kerncijfer, omdat deze cijfers betrekking hebben op de mensen die binnen deze studie worden gevolgd. Dit betekent dat bij een nieuwe NEMESIS-3 in 2021 nieuwe prevalentiecijfers worden berekend. Meer verantwoording van de cijfers is te vinden op NEMESIS-2.nl

Op de Staat Volksgezondheid en Zorg presenteren we 2 kerncijfers depressie, te weten:
1) Bovenvermeld kerncijfer Depressieve stoornissen: prevalentie. Dit is gebaseerd op bevolkingsonderzoek en geeft het vóórkomen van depressie in de bevolking breed weer. In dit bevolkingsonderzoek worden namelijk ook mensen meegeteld die geen hulp zoeken voor psychische aandoeningen of onvoldoende worden herkend door huisarts of GGZ. In het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 wordt een uitgebreid diagnostisch instrument gebruikt waardoor ook depressieve stoornis conform de DSM kan worden bepaald.

2) Depressie: aantal personen bekend bij de huisarts. Dit kerncijfer is gebaseerd op cijfers van het Nivel Zorgregistraties Eerste lijn. Dit geeft weer hoeveel patiënten met depressie bij de huisarts staan geregistreerd.

Bronnen

  • Nemesis-2, Trimbos-instituut